SCHIEDAM- De samenstellers van de nieuwe chronologie over De Gekroonde Brandersketel stellen in hun statement dat het Jenevermuseum Schiedam door de gekozen aanpak van het zogeheten ravijnjaar in zwaar weer is beland en dat de noodkreet ‘Jenever terug in het basispakket’ volledig wordt onderschreven. Die boodschap hangt duidelijk in de lucht tijdens de presentatie van hun werk in het Jenevermuseum aan de Lange Haven.
De vier oud‑collega’s Rob Batenburg, Cor Bouwstra, Jos Gunneweg en Ronalt Osterholt brengen daar hun zorgvuldig opgetekende geschiedenis van het museumproject naar buiten. Een verslag dat teruggaat tot 1984 en laat zien hoe uit een idee een werkende moutwijnbranderij en een nationaal museum ontstond. Zij schetsen de sfeer van de jaren ’80, de drang om het Schiedamse erfgoed te behouden en de lange weg tot de opening in 1996. Het document is volgens hen bedoeld om het Jenevermuseum, de Molenstichting, de Restauratiewerkplaats en het Gemeentearchief inzicht te geven in hun eigen verleden.
Tijdens de bijeenkomst wordt duidelijk hoe bijzonder het project destijds was. De Europese erkenning, de steun uit de stad en de inzet van velen maakten het mogelijk dat Schiedam een museum kreeg dat nu, bijna 30 jaar later, nog altijd bezoekers trekt en een levendige branderij draaiende houdt. De makers prijzen het huidige team dat het museum verder heeft uitgebouwd en commercieel sterker heeft gemaakt dan ooit gedacht.
Toch is de sfeer allesbehalve feestelijk. Waar de presentatie bedoeld was als opmaat naar het dertigjarig jubileum volgend jaar, overheerst nu de zorg. Door de manier waarop de gemeente het ravijnjaar heeft vertaald naar het cultuurbudget, vrezen betrokkenen dat de vuren onder de ketels kunnen doven. En als dat gebeurt, zo stellen de samenstellers, verliest het museum zijn ziel en raakt Schiedam iets kwijt dat niet meer terugkomt. Zij wijzen op het belang van het museum voor de stad. In 2025 viert Schiedam zijn 750 jarig bestaan en speelt het gedistilleerd een grote rol in de uitstraling van de stad. Het Distillers District, de herbestemde monumenten en de toeristische aantrekkingskracht zouden volgens hen nooit zo ver zijn gekomen zonder het oorspronkelijke initiatief van de branderij en het museum.
De waarschuwing is scherp. Als de branderij stilvalt, kan dat volgens de auteurs leiden tot een neerwaartse spiraal die zelfs het molenmuseum De Walvisch kan raken. Zij spreken van schade die veel groter zal zijn dan het bedrag dat de gemeente denkt te besparen. De vraag die boven de Lange Haven hing was dan ook simpel en pijnlijk: gaat Schiedam de kip met de gouden eieren slachten?
De samenstellers pleiten voor een nuchtere blik op de betekenis van het museum. Niet snijden in het hart van wat de stad uniek maakt, maar zoeken naar een aanpak die minder schade aanricht. Hun slotzin blijft hangen: ‘Jenever terug in het basispakket.’
