WaterwegActueel
Editie Vlaardingen / Maassluis / Schiedam / Hoek van Holland

14 JAAR CEL EN TBS VOOR SERIEMOORDENAAR ROTTERDAM-IJSSELMONDE

ROTTERDAM- De Antilliaan Sendric S. (25) is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor de drie moorden die hij rond de jaarwisseling van 2024 op 2025 pleegde in Rotterdam-IJsselmonde en voor een eerdere steekpartij in juni 2024 in Rotterdam-Centrum. Het Openbaar Ministerie had 20 jaar cel geëist, maar de rechtbank kwam tot een lagere straf, omdat de dader volgens deskundigen lijdt aan schizofrenie, een lichte verstandelijke beperking en een stoornis in cannabisgebruik. De tbs is niet gemaximeerd en kan daardoor zeer langdurig worden voortgezet. De rechtbank noemt de reeks moorden ‘zinloos’ en ‘voor nabestaanden nauwelijks te bevatten’.

Uit het vonnis blijkt dat S. in een periode van dertien dagen drie mannen doodschoot die hij niet kende. Op 21 december 2024 schoot hij zijn eerste slachtoffer neer door meerdere kogels af te vuren, waarvan er één het hoofd raakte. Het slachtoffer overleed ter plekke. Een week later, op 28 december 2024, schoot hijzijn tweede[slachtoffer in de rug. Toen het slachtoffer door zijn knieën zakte, liep S. naar hem toe en schoot van achteren schuin van boven naar beneden door het achterhoofd, een handeling die volgens de rechtbank de indruk van een executie wekt. Op 2 januari 2025 schoot hij zijn derde slachtoffer in nek en hoofd. Alle drie de slachtoffers liepen nietsvermoedend over straat toen zij werden neergeschoten. De rechtbank stelt dat zij geen enkele kans hadden om te vluchten of zich te verdedigen.

Opvallend is dat zowel het Openbaar Ministerie als vrijwel alle media tot op de dag van vandaag zwijgen over de achtergrond van de slachtoffers. Het gaat om autochtone, blanke mannen, tegenwoordig vaak aangeduid als ‘wit’. In een tijd waarin die aanduiding regelmatig wordt gebruikt met een maatschappelijke lading die hen in discussies zelfs als ‘verdacht’ neerzet, valt het stilzwijgen over deze achtergrond op. In het vonnis worden de slachtoffers feitelijk omschreven, maar buiten de rechtbank blijft deze informatie opmerkelijk buiten beeld, waardoor een racistisch motief bij S. niet kan worden uitgesloten.

Het vuurwapen dat S. gebruikte, een pistool van het merk Blow TR34 kaliber 9 mm kort, kocht hij op 20 december 2024, één dag voor de eerste moord. Hij kwam via Snapchat in contact met verkopers. De rechtbank noemt dit een aanwijzing dat hij planmatig handelde. Toen de politie op 2 januari 2025 bij zijn woning stond, gooide hij het wapen van het balkon naar beneden, wat volgens de rechtbank laat zien dat hij besefte dat zijn handelen strafbaar was. Dat moment wordt door de rechters expliciet genoemd als bewijs dat hij niet volledig buiten de werkelijkheid stond.

Naast de drie moorden is bewezen dat S. op 12 juni 2024, in het centrum van Rotterdam, een man meerdere keren stak in rug, schouder en gezicht. Het slachtoffer liep levensbedreigend letsel op maar overleefde. De rechtbank kwalificeert dit als poging tot doodslag. Over dit slachtoffer is tijdens de zitting weinig bekend geworden, maar de rechtbank stelt dat ook hem een ernstig misdrijf is aangedaan.

Uit de rapportage van het Pieter Baan Centrum blijkt dat S. lijdt aan schizofrenie, een lichte verstandelijke beperking en een stoornis in cannabisgebruik. Hij hoorde stemmen, sprak verward, trok zich terug en had nauwelijks overzicht over zijn leven. Zijn jeugd bestond uit wisselende woonplekken, pleeggezinnen en een gebrek aan stabiliteit. De deskundigen noemen hem ‘ernstig beperkt en psychiatrisch kwetsbaar’. Zij stellen dat zijn stoornissen al in 2022 en 2023 zichtbaar werden, met stemmen horen, in zichzelf lachen, praten tegen stemmen en verward gedrag. De deskundigen beschrijven dat hij door zijn verstandelijke beperking moeite had om overzicht te houden en daardoor gevoelig was voor druk van buitenaf en voor stemmen die opdrachten gaven. Cannabisgebruik maakte zijn psychotische klachten op de lange termijn ernstiger. Toch is hij volgens de rechtbank niet volledig ontoerekeningsvatbaar.

De drie moorden en het wapenbezit worden hem in sterk verminderde mate toegerekend, de steekpartij in verminderde mate. De rechtbank vindt dat hij wel degelijk wist dat hij geen mensen mocht doden. Het feit dat hij het wapen weggooide toen de politie voor de deur stond, wordt gezien als bewijs dat hij besefte dat hij iets strafbaars had gedaan. De rechtbank wijst er ook op dat hij via Snapchat actief op zoek ging naar een vuurwapen en dat hij het wapen kocht en gebruikte binnen één dag. Dat wijst volgens de rechters op een zekere mate van planning.

De rechtbank beschrijft uitgebreid de angst die in Rotterdam-IJsselmonde ontstond, waar immers iemand rondliep die voorbijgangers neerschoot, wat leiden tot ‘grote angst, onrust en gevoelens van onveiligheid’. De rechtbank schrijft dat deze gevoelens ook lang na de aanhouding van S. bleven bestaan. Tijdens de zitting spraken nabestaanden over hun verdriet. De rechtbank noemt hun verklaringen ‘indringend en indrukwekkend’ en stelt dat het verlies voor hen nauwelijks te bevatten is. De rechtbank stelt dat de slachtoffers nietsvermoedend over straat liepen en dat de willekeur van de moorden het leed voor de nabestaanden nog groter maakt.

Hoewel drie moorden normaal gesproken vrijwel zeker tot een levenslange gevangenisstraf zouden leiden, kiest de rechtbank vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid voor een lagere straf. De rechtbank schrijft dat vergelding zwaar weegt, omdat de misdrijven behoren tot de zwaarste categorie die het Wetboek van Strafrecht kent. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de leeftijd van S. en de lange behandeling die hem nog te wachten staat. De rechtbank meent dat het persoonlijke belang van S. bij een snelle behandeling niet opweegt tegen de ernst van de feiten.

De tbs‑maatregel wordt opgelegd, omdat de kans op herhaling volgens deskundigen hoog is. Zelfs binnen een gestructureerde omgeving blijven psychotische verschijnselen aanwezig. S. heeft geen ziekte‑inzicht en geen motivatie voor behandeling. De deskundigen stellen dat hij vermoedelijk blijvend afhankelijk zal zijn van begeleiding en toezicht. De rechtbank stelt dat alleen tbs met dwangverpleging voldoende bescherming biedt voor de maatschappij. Omdat de feiten gericht zijn tegen de lichamelijke integriteit van meerdere mensen, mag de tbs langer duren dan 4 jaar. De rechtbank geeft geen advies over het startmoment van de tbs, maar houdt bij het bepalen van de celstraf rekening met de lange behandeling die nog volgt.

Elf nabestaanden dienden schadeclaims in. De rechtbank kende grote bedragen toe, waaronder ruim 51.000 euro aan de dochter van slachtoffer 1, ruim 42.000 euro aan de zoon van hetzelfde slachtoffer en bijna 58.000 euro aan de weduwe van slachtoffer 3. Het gaat om affectieschade, shockschade, uitvaartkosten en gederfd levensonderhoud. De bedragen worden via de schadevergoedingsmaatregel geïnd. De rechtbank wijst erop dat de verdediging geen inhoudelijk verweer voerde tegen de feiten die aan de shockschade ten grondslag liggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *