ROTTERDAM- De politierechter heeft een 21-jarige man uit Rotterdam veroordeeld tot 8 maanden cel, waarvan het grootste deel voorwaardelijk, wegens oplichting van ouderen in Den Helder. Omdat hij al 71 dagen vastzat, hoeft hij niet terug naar de gevangenis. Hij moet wel 3 jaar uit de problemen blijven, zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering en een taakstraf van 120 uur uitvoeren. Daarnaast moet hij een schadevergoeding van 1875 euro betalen aan een van de slachtoffers. Het Openbaar Ministerie had een taakstraf van 240 uur geëist, maar de rechter legde deze lager vast.
De zaak draait om wat zich afspeelde op maandag 25 augustus in Den Helder. Een 83-jarige vrouw werd die ochtend gebeld door een man die zich voordeed als politieagent. Hij vertelde dat haar geld niet veilig zou zijn en dat iemand al met haar pas had gepind. De vrouw moest haar bankpas later afgeven zodat die naar eigen zeggen kon worden geblokkeerd. Ook vroeg hij naar geld en sieraden in huis.
De man uit Rotterdam die nu terechtstond was niet de beller, maar hij reed wel samen met het minderjarige meisje naar Den Helder om de spullen op te halen. Het meisje verscheen bij de voordeur en vroeg de vrouw om haar pinpas en contante geld. Hoewel de vrouw twijfelde, gaf zij het toch af. Toen de bezoekster niet terugkwam, belde zij de politie. Later bleek dat er 1100 euro van haar rekening was gehaald en dat zij 400 euro aan contant geld had meegegeven.
Niet veel later werd een 73-jarige vrouw op dezelfde manier benaderd. Dit keer kreeg zij te horen dat er een inbraak zou worden gepleegd bij haar woning. Terwijl de beller haar vragen stelde, stond het meisje opeens voor de deur. Zij nam sieraden en een bankpas mee. De buit kwam bij deze vrouw neer op 3150 euro. De politie zette een speurtocht in die bijna twee uur duurde. In Wassenaar konden de twee worden aangehouden. De sieraden van het tweede slachtoffer lagen in de auto, net als 2050 euro aan contant geld.
In de rechtszaal bekent de man alles. Hij stond op camerabeelden terwijl hij pinde en zegt nu dat hij spijt heeft. Tegen een van de vrouwen herhaalt hij dat nog eens. Zij neemt zijn excuses aan.
Het minderjarige meisje moet zich op een later moment verantwoorden voor de jeugdrechter in Rotterdam.
