SCHIEDAM– De nieuwe gemeentelijke monitor over samenleven in Schiedam levert een bonte mix aan uitkomsten op. Inwoners voelen zich veilig, maar melden tegelijk dat ze discriminatie meemaken. Er worden percentages genoemd, maar nergens wordt duidelijk hoe die zijn berekend of wat ze precies betekenen.
Volgens het rapport voelt de meerderheid van de inwoners van Schiedam zich sociaal veilig. Toch zegt een deel, vooral mensen die zichzelf tot een gemarginaliseerde groep rekenen, dat ze minder vrijheid ervaren om zichzelf te zijn. Dat zou vooral gelden na een incident van discriminatie, maar wat onder discriminatie valt, blijft vaag. De monitor gooit uiteenlopende zaken op één hoop: afwijzend gedrag richting mensen met een andere herkomst, religie én leden van de zogenaamde regenbooggemeenschap. Dat leidt tot een merkwaardige combinatie van religiekritiek en homohaat in dezelfde categorie. De voorbeelden lopen uiteen van graffiti en bekrassingen tot onaardige grappen en uitschelden.
Ongeveer 35% van de inwoners zou tekenen van discriminatie tegenkomen. 15% zegt het zelf te hebben ervaren, vooral op basis van huidskleur of herkomst. Maar liefst 73% van deze groep zou geen melding doen, omdat ze denken dat het toch geen zin heeft. Hoe deze cijfers tot stand zijn gekomen, wordt niet uitgelegd.
Over gelijke kansen is men het grotendeels eens: 87% vindt dat iedereen die moet hebben. 72% vindt dat de gemeente daar iets aan moet doen, maar als het gaat om de vraag of discriminatie een probleem is, lopen de meningen uiteen. Een derde ziet het als probleem, een kleiner deel niet, en bijna een kwart weet het niet. Opvallend is dat jongeren en mensen uit de zogenaamde gemarginaliseerde groepen vaker zeggen dat ze een diverse vriendenkring hebben. De rest van de stad lijkt daar minder uitgesproken over.
