SCHIEDAM– Terwijl het lokale vuurwerkverbod in Schiedam alweer sinds 2021 van kracht is, is daar in de Gorzen, tijdens de jaarwisseling, niets van te merken. In elke straat gingen pijlen en knallers de lucht in, alsof er geen verbod bestaat. Wie op 1 januari door de wijk loopt, ziet de resten overal liggen. Het vuurwerk Walhalla van Schiedam doet zijn naam nog altijd eer aan.
Toch verandert er vanaf 2026 veel. Het landelijk verbod is aangenomen en maakt een einde aan de vrije verkoop van consumentenvuurwerk. Alleen fop en schert blijven toegestaan. Voor de vuurwerkhandel betekent dit een harde klap. Winkels die jarenlang draaiden op siervuurwerk en knallers verliezen hun belangrijkste product. In 2025 werd nog een recordomzet van 129 miljoen euro geboekt, maar tegelijk bleef er voor 12 tot 13 miljoen euro aan voorraad liggen. Veel klanten leken al vooruit te lopen op het verbod.
Ondernemers vrezen voor hun inkomen. De compensatie die in Den Haag wordt genoemd, maximaal 50 miljoen euro, staat in schril contrast met de 895 miljoen euro die de branche claimde nodig te hebben. Een deel van de verkopers denkt aan stoppen, anderen kijken naar professionele shows of licht en droneshows. Voor de klassieke seizoenshandel is het een harde klap die niet zomaar wordt opgevangen.
De handhaving wordt ondertussen opgevoerd. Gemeenten en politie richten zich op meldcampagnes, controles op etiketten en het opsporen van opslaglocaties. Rond de jaarwisseling wordt extra inzet verwacht, met ME eenheden bij ongeregeldheden en bescherming van brandweer en ambulance. In probleemwijken komen gerichte acties. Gemeenten houden daarnaast hun vuurwerkvrije zones en preventiecampagnes in stand, maar wie in Schiedam rond 00.00 uur buiten stond, zag vooral dat het lokale verbod weinig verandert. De knallen, de rook en de lichtflitsen waren net zo aanwezig als in de jaren voor 2021. En zolang de Gorzen blijft knallen, alsof er geen regels bestaan, lijkt het landelijke verbod straks voor veel inwoners vooral een papieren maatregel.
