VLAARDINGEN– Voorstanders van het jaarlijkse vreugdevuur op de Broekweg in de Vlaardingse Marktbuurt zijn niet welkom geweest op het stadhuis. Dat stelt Frans Hoogendijk van ONS.Vlaardingen. Hij noemt, zojuist in de gemeenteraad, het gebrek aan overleg met bewoners zorgwekkend. Hoogendijk: “Het lijkt alsof de deur gewoon dicht is gegaan. Er wordt niet gepraat, terwijl dat juist nodig is om tot een oplossing te komen.” Volgens Hoogendijk gaat het niet om volledige instemming met de plannen van bewoners voor een vreugdevuur, maar om het creëren van een dialoog. “We vragen alleen om overleg. Een dichte deur helpt niemand en verstoort de relatie tussen het college en de wijk”, stelt hij.
“De bewoners willen dat hun zorgen serieus worden genomen. Dat betekent niet dat ze altijd hun zin krijgen, maar je kunt ze ook niet negeren”, aldus de ONS-voorman. Hij wijst ook op eerdere toezeggingen van het college over overleg. “De wethouder heeft zelf gezegd dat de vergunningen voor komende activiteiten al zijn verleend. Dat geeft bij ons de indruk dat overleg heeft plaatsgevonden en dat alles ruim van tevoren bekend is. Toch ervaren bewoners nu dat hun vragen worden genegeerd.”
Wethouder Rens de Ron (VVD) reageert door te wijzen op regels, termijnen en adviezen van de veiligheidsregio. Hij stelt dat alleen kleinschalige A-evenementen zonder vuur mogelijk zijn en dat grotere initiatieven tijdig hadden moeten worden aangemeld vóór 1 oktober. Daarmee verschuilt hij zich achter procedurele en bestuurlijke afspraken, zonder inhoudelijk in te gaan op de ruimte die er eventueel wél zou kunnen zijn binnen die adviezen of beleidskaders.
ONS.Vlaardingen wil dat de gemeente snel met bewoners om de tafel gaat. “Het gaat niet om een vreugdevuur tegenhouden. Het gaat om contact, luisteren naar de zorgen en samen kijken wat mogelijk is”, aldus Hoogendijk. De partij blijft het proces volgen en roept het college op om transparant te communiceren over afspraken en plannen in de Marktbuurt. “Als je openstaat voor de bewoners, voorkom je ergernissen en conflicten. Nu blijft het gevoel hangen dat de deur gesloten is en dat moet veranderen”, besluit Hoogendijk.
