SCHIEDAM- Het afgelopen weekend gepubliceerde rapport over het mogelijke slavernijverleden van Schiedam, met vooral aandacht voor de familie Pichot en hun connecties met Surinaamse plantages, roept twijfels op over de betrouwbaarheid van de conclusies. Het onderzoek, uitgevoerd door historicus Jean Jacques Vrij, biedt uitgebreide informatie over de betrokkenheid van deze regentenfamilie, maar laat op verschillende punten ruimte voor (politiek gemotiveerde) interpretatie. De centrale vraag – in hoeverre Schiedam economisch heeft geprofiteerd van de trans-Atlantische slavernij – blijft zelfs volledig onbeantwoord. Wat de ruim 50 pagina’s wel laten zien is dat de gegenereerde opbrengsten vooral binnen de familiaire kring bleven circuleren. Jean Jacques Vrij: ‘We kunnen niet meer beschikken over de financiële administratie van de Pichots en hebben onvoldoende inzicht in ieders bronnen van inkomsten om het met harde cijfers aan te kunnen tonen, maar mogen toch aannemen dat de revenuen uit de plantages voor allen onontbeerlijk zijn geweest bij het vestigen en handhaven van hun sociale positie.’ Tja …
In het stuk wordt gesuggereerd dat de welvaart van de familie Pichot een invloed heeft gehad op de lokale economie van Schiedam, maar de precieze aard van deze invloed blijft onduidelijk (Vrij: ‘De vraag naar de financiële betekenis van het plantagebezit valt bij gebrek aan inzicht in de boekhouding en samenstelling van het vermogen alleen in algemene termen te beantwoorden’). In hoeverre kwam de economische positie van de familie voort uit slavernij, of speelden andere factoren, zoals handelsinvesteringen en participatie in lokale industrieën, een grotere rol? Is er sprake van een breder patroon binnen de stad, of vormt de familie Pichot een uitzondering? Het rapport gaat hier slechts beperkt op in, wat ruimte laat voor specultaties.
Gillis (Aegidius) de Hoij (1664-1699): Zijn zoons en kleinkinderen bezaten plantages zoals Hoijland, Mariënburg en Saint-Germain.
Dirk van der Gaagh (1697-1743): Bezitter van de plantage Cuylenburgh, gedeeltelijk zelf en volledig via zijn nakomelingen.
Abraham Johannes Halloy (1750-1789): Door huwelijk eigenaar van plantage Johannesburg.
Johanna Elizabeth Reynet: Bezat samen met haar man delen van plantages Constantia en Lustrijk, met circa 100 mensen in slavernij.
Cornelis Peekstok: Kocht in 1732 een plantage, Bruijnsburg, zonder ooit naar Suriname te gaan.
Familie Pichot: Bezat meer dan twintig plantages en was prominent betrokken bij bestuur en plantage-economie.
Bron: ‘Pichot. Een Schiedamse regentenfamilie en haar betrokkenheid bij
de Surinaamse plantageslavernij in de achttiende eeuw’Een van de kernvragen betreft de mate van zekerheid waarmee wordt gesteld dat de familie Pichot belangrijke plantage-eigenaren in Suriname was. Het rapport vermeldt dat het onderzoek grotendeels gebaseerd is op betrouwbare archieven. De bronnenlijst bevat bewijzen voor het bezit van slaven en plantages door de familie Pichot. Notariële aktes, inventarissen en belastingdocumenten tonen direct eigendomsrelaties, maar er zijn bijvoorbeeld geen koopaktes van individuele slaven. De verzamelde documenten laten vooral zien dat de familie Pichot aanzienlijke plantage-eigendommen had, inclusief de slaven die erop werkten. Dat maakt het rapport totaal ongeschikt om de hele stad Schiedam van toen een slavernijverleden aan te wrijven.
Een ander punt van aandacht is de methodologie van het onderzoek. Het rapport gaat niet in detail in op de manier waarop de betrouwbaarheid van de gegevens is gecontroleerd. Hierdoor ontstaat onduidelijkheid over de reproduceerbaarheid van het onderzoek en de mate waarin het vrij is van vooringenomenheid. Zonder inzicht in de toegepaste onderzoeksmethoden blijft de vraag bestaan in hoeverre de conclusies als onbetwistbaar kunnen worden beschouwd.
Opvallend is ook dat een eerder onderzoek uit 2018 geen bewijs vond voor directe betrokkenheid van Schiedam bij slavernij. Het huidige rapport lijkt deze eerdere bevindingen niet te weerleggen, wat de vraag oproept in hoeverre de nieuwe conclusies stevig onderbouwd zijn. Vrij: ‘Hoewel tijdens het onderzoek ook enkele andere Schiedammers boven water kwamen die in de achttiende eeuw eigenaren van Surinaamse plantages en de daaraan gebonden mensen geweest zijn, is dit al met al een betrekkelijk klein onderdeel van het Schiedamse verleden, maar deel van de Schiedamse geschiedenis niettemin.’
Kom op J &J, het publiek wacht met smart op jullie intellectuele reacties.
@ Arie , Leuk hoor, Kreuger ………….. bijna dezelfde reactie als vier dagen geleden alleen met een ander masker op .
Heeft de schrijver van bovenstaande tekst niet gezien dat het rapport een notenapparaat heeft? Daarin had hij/zij kunnen lezen welke bronnen er zijn gebruikt!! Waaronder ook ‘eigendomspapieren en contracten’!!
GAAAAAAAAAAAAAPPPPPP !!!! 🥱🥱🥱…………….
Wat betreft de bewering dat Schiedan GEEN slavernijverleden heeft, en waarbij Reuderink verwist naar de bevindigen van stadsarchivaris Priester, wordt deze foute bewering gelogenstraft hetgeen dat deze Priester zelf in een podcast verklaart:
https://podcastluisteren.nl/pod/Schiestorie
Verder isa het een feit dat Pichot vanuit de Nederlanden op expeditie is gestuurd om de slavenopstanden in Berbice, het latera Brits Guyana, bloedig neer te slaan. Zie hier over: ‘Bloed in de Rivier’ geschreven door Marjoleine Kars. Verder bezat de familie Pichot diverse plantages in Suriname en vele slaven, hetgeen kennelijk een pr/e was om tot burgemeester van Schiedam te worden aangesteld.
De slavenhandel waarbij op bestelling werd geleverd vond plaats in de Nederlanden, zoals dat ook blijkt uit Schiedamse notariële akten. Zie hiertoe ook het onderzoek van L.C. Vrijman van 1943 ‘Slavenhalers en Slavenhandel’ dat grotendeels steunt op de archieven van de W.I.C.
Dit waren andere tijden met andere normen en waarden, dus waar een zeker deel der bevolking van Schiedam zich nou zo druk om maakt kan alleen gelegen zijn in een gebrek aan identiteit, waarvan mensen van kleur het dan schuld zijn…
Als er geen zwarte bewoners van Afrika andere zwarte bewoners van een andere stam aan de blanken verkochten waren er geen slaven geweest.
Laten we beginnen bij de oorzaak van de ellende en de nakomelingen van deze handelaren aanpakken en deze niet als strijders tegen slavernij verheerlijken.
@ Jaap , het draait bij hun uiteindelijk alleen maar om geld en compensaties want ze zijn zo uitgenast als de klere …………………
Ik raad iedereen aan het rapport van Vrij helemaal te lezen. Je zult dan zien dat hij heel precies zijn bronnen aangeeft. De familie Pichot maakte fortuin in Suriname en een aantal leden daarvan maakten een politieke carriere in Schiedam en de provincie Holland in het algemeen. Ontkenningsgedrag zoals hier te zien is, helpt niet. Echt niet.
Ontkenningsgedrag hoort nu eenmaal bij racisten en randdebielen Han, daar doe je niets aan.
@Herr Kreuger.
Je hebt helemaal gelijk, je vergat alleen Nazi’s in het rijtje te benoemen.
In ieder geval is bij jullie thuis de lijfspreuk;
Wir haben es nicht gewußt.
👍……………
@ Kreuger , ……….HALVE KIP !!!! …………
BNN VARA, zegt genoeg.
Inderdaad. Zwaar bevooroordeeld.
Dus weer een heleboel uitvergroot in de hoop dat het nog ergens op lijkt. Nou die paar miljoen Hollanders in dit landje waren in die tijd straatarm. Zeker in Schiedam is niet geprofiteerd van de slavernij. Mensen hier waren zelf slaven.
👍…………
Welkom in 2025: dingen hoeven niet zo te zijn, zo hoeven alleen maar zo te lijken. Bedrog als bewijs. Hoeveel meer D’66 wil je het hebben?